Veilig thuis Noord-Holland Noord

NOORD-HOLLAND NOORD

Snel weg van deze website!
Geschiedenis wissen

Verhaal uit de praktijk

Over de impact die je als professional kan maken in het stoppen kindermishandeling

“Het is zo dapper dat de kinderen zijn gaan praten.”
Bij Veilig Thuis kregen we een anonieme melding over een gezin met drie kinderen: een jongen van 12 en twee meisjes van 9 en 6 jaar. Volgens de melder dronken de ouders veel alcohol en schreeuwde de vader veel tegen met name zijn zoon. Ook had de melder gezien dat de vader een schoen naar het hoofd van de jongen had gegooid.

Ik ben naar de ouders toegegaan, die erg overstuur waren. Ze gaven aan dat er niets aan de hand was. Misschien hadden ze een keer geschreeuwd, maar dat kwam dan door hun financiële zorgen. De vader gaf aan dat het best kon zijn dat hij weleens ergens mee gooide. Hun zoon was namelijk een moeilijk kind. Maar hij had nooit een schoen naar zijn hoofd gegooid. De vader vertelde ook dat hij zelf in zijn jeugd fors was mishandeld. En dat hij het heel graag anders wilde doen. En hij bleef maar zeggen dat hij alleen alcoholvrij bier dronk. Hij rende zelfs naar de keuken om mij de flesjes te laten zien. Hij heeft me wel echt iets te bewijzen, dacht ik toen. Maar ik wist ook dat de vader laagbegaafd was. De ouders waren nerveus, maar wekten wel de indruk te willen meewerken. Ik wist het niet goed.

Hierna had ik een gesprek met de zoon, op zijn eigen kamer terwijl zijn ouders beneden waren. Hij zat een beetje te wurmen in zijn stoel, en begon te vertellen over de Lego die bij zijn bed stond. Ik legde uit wat ik voor hem kon betekenen. En ook dat ik niets voor hem kon doen als hij niets zou vertellen, wanneer er wel iets aan de hand was. Toen begon hij te vertellen. Dat het allemaal waar was, en zelfs nog erger. Dat ze weleens zonder eten naar bed werden gestuurd. Dat hij regelmatig een schop tegen z'n kont kreeg. Dat die schoen echt zijn voorhoofd had geraakt, en dat dat flink hard was. Dat ze nooit knuffels kregen, en ze zich eigenlijk heel alleen voelden. Dit deed iets met me. Ik vond het zo aandoenlijk hoe hij als jochie van twaalf enthousiast vertelde over zijn Lego. Maar zo sneu hoe hij vervolgens vertelde over zijn eenzaamheid, en dat hij zo graag een knuffel wilde.

Zijn zusjes sprak ik op school. De jongste vertelde dat ze vaak 's avonds in bed hoorde dat hun ouders ruzie met elkaar hadden. Dat ze daar bang van werd, en dan bij haar zus in bed kroop. Ook vertelden ze dat hun broer een keer als straf sambal in zijn mond had gekregen.

Het meest spannende vond ik dat ik eigenlijk niet wist of ik deze kinderen echt kon helpen. Die verwachting had ik wel gecreëerd. We zouden de kinderen in ieder geval niet helpen door ze uit huis te halen. In dit gezin zelf moest het geweld stoppen, dat van generatie op generatie leek te zijn doorgegeven. Maar daarvoor waren we afhankelijk van de ouders. Ik kon echter niet inschatten hoe de ouders zouden reageren. Na overleg met enkele collega’s besloot ik het wijkteam mee te nemen naar het vervolggesprek met de ouders. Er moest meteen hulp in dit gezin, en de ouders moesten zien dat wij dit hoog opnamen.

Terwijl ik daar aan tafel zat, zag ik aan de moeder dat zij zich zorgen maakte. Vader ogenschijnlijk niet. Het komt wel goed, zei hij. Ik gooide de boodschap maar meteen op tafel. "Ik ga ervan uit dat het goed komt, maar het is nu niet goed. We maken ons veel zorgen over de manier waarop jullie met de kinderen omgaan. Er moet echt verandering komen."

Sommige ouders roepen dan meteen dat het allemaal niet waar is. Deze ouders niet. Hun reactie verraste mij enorm. Ze gaven aan dat het verhaal klopte. En ze beseften dat het anders moest. Ik voelde me daardoor ontzettend opgelucht.

Ik vind dat ontzettend knap van deze ouders. Zij handelden zo vanuit onmacht, en vanuit hun eigen beschadiging. Dat was sneu voor de kinderen, maar ook voor de ouders. Eigenlijk waren ze alle vijf slachtoffer.

Het wijkteam heeft snel hulp ingezet, vanuit twee verschillende organisaties zodat er veel zicht was op hoe het ging met het gezin. Ik heb het gezin een jaar lang gemonitord, en al snel zagen we verbetering. De ouders hadden veel opvoedvragen, en daar namen de hulpverleners ruim de tijd voor. Er ontstond snel openheid in het gezin, en er werden dingen besproken. De kinderen werden blijer, en de ouders rustiger en gelukkiger.

De hulpverleners vertelden dat de ouders vrij namen voor verjaardagen, en in het weekend met de kinderen naar het bos gingen. Dat hadden ze nog nooit gedaan. De ouders knuffelden ook meer met de kinderen. Dat moest allemaal aangeleerd worden. Maar de ouders waren daartoe bereid. Ze wilden heel graag goede ouders zijn voor hun kinderen. Dat vind ik mooi.

Ik denk nog weleens terug aan dit gezin. De mate van geweld was fors, en van de manier waarop de kinderen erover vertelden kreeg ik echt wel pijn in mijn buik. Ik vond het zo dapper dat de kinderen zijn gaan praten over wat er thuis gebeurde. En dan vooral de jongen. Doordat hij zoveel vertelde, hebben we zijn ouders kunnen ondersteunen en zo het gezin weer op de rit gekregen.

Medewerker Veilig Thuis